The Backbiter · al-Humazah · سورة الهمزة · 9 ayahs

بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ

In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige.

وَيْلٌ لِكُلِّ هُمَزَةٍ لُمَزَةٍ

Wee elke lasteraar en roddelaar

الَّذِي جَمَعَ مَالًا وَعَدَّدَهُ

die bezit bijeenbrengt en het telkens telt

يَحْسَبُ أَنَّ مَالَهُ أَخْلَدَهُ

en daarbij denkt dat zijn bezit hem onsterfelijk maakt.

كَلَّا ۖ لَيُنْبَذَنَّ فِي الْحُطَمَةِ

Welnee, hij wordt in de verbrijzelaar gesmeten.

وَمَا أَدْرَاكَ مَا الْحُطَمَةُ

En hoe kom jij te weten wat de verbrijzelaar is?

نَارُ اللَّهِ الْمُوقَدَةُ

Gods aangestoken vuur,

الَّتِي تَطَّلِعُ عَلَى الْأَفْئِدَةِ

dat in de harten doordringt.

إِنَّهَا عَلَيْهِمْ مُؤْصَدَةٌ

Het zal hen omsluiten,

فِي عَمَدٍ مُمَدَّدَةٍ

in langgerekte zuilen.