Quraish · Quraysh · سورة قريش · 4 ayahs

بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ

In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige.

لِإِيلَافِ قُرَيْشٍ

Daarvoor dat de Koeraisj samenbrengen,

إِيلَافِهِمْ رِحْلَةَ الشِّتَاءِ وَالصَّيْفِ

dat zij hun zomer- en winterkaravaan samenbrengen.

فَلْيَعْبُدُوا رَبَّ هَٰذَا الْبَيْتِ

Laten zij daarvoor de Heer van dit huis dienen,

الَّذِي أَطْعَمَهُمْ مِنْ جُوعٍ وَآمَنَهُمْ مِنْ خَوْفٍ

die hun voedsel tegen de honger geeft en die hen beveiligt voor de angst.