The Elephant · al-Fil · سورة الفيل · 5 ayahs

بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ

In de naam van Allah, de meest Barmhartige, de meest Genadevolle.

أَلَمْ تَرَ كَيْفَ فَعَلَ رَبُّكَ بِأَصْحَابِ الْفِيلِ

Heb jij (o Mohammed) hoe jouw Heer de metgezellen van de olifanten behandelde?

أَلَمْ يَجْعَلْ كَيْدَهُمْ فِي تَضْلِيلٍ

Heeft Hij hun plan (om de Ka’bah te vernietigen) dan niet tot een dwaalspoor gebracht.

وَأَرْسَلَ عَلَيْهِمْ طَيْرًا أَبَابِيلَ

Door zwermen vogels naar hen toe te sturen.

تَرْمِيهِمْ بِحِجَارَةٍ مِنْ سِجِّيلٍ

Die hen met brandende stenen troffen.

فَجَعَلَهُمْ كَعَصْفٍ مَأْكُولٍ

En hij maakte hen als opgegeten graan.