١قُلْ أُوحِيَ إِلَيَّ أَنَّهُ اسْتَمَعَ نَفَرٌ مِنَ الْجِنِّ فَقَالُوا إِنَّا سَمِعْنَا قُرْآنًا عَجَبًا
1(O Mohammed), zeg: “Er is aan mij geopenbaard dat een groep djinn (mee)luisterde.” En zij zeiden tegen hun mede-djinn :“Waarlijk! Wij hebben een wonderbaarlijke recitatie gehoord (tijdens het ochtendgebed)!
٢يَهْدِي إِلَى الرُّشْدِ فَآمَنَّا بِهِ ۖ وَلَنْ نُشْرِكَ بِرَبِّنَا أَحَدًا
2Zij (de recitatie) leidt naar het rechte pad en wij geloven daarin en (na deze dag) zullen wij nooit meer deelgenoten aan onze Heer toekennen.”
٣وَأَنَّهُ تَعَالَىٰ جَدُّ رَبِّنَا مَا اتَّخَذَ صَاحِبَةً وَلَا وَلَدًا
3En verheven is de majesteit van onze Heer. Hij heeft zich geen vrouw genomen noch een zoon.
٤وَأَنَّهُ كَانَ يَقُولُ سَفِيهُنَا عَلَى اللَّهِ شَطَطًا
4En de dwazen onder ons zeggen over Allah wat verkeerd is en niet goed.
٥وَأَنَّا ظَنَنَّا أَنْ لَنْ تَقُولَ الْإِنْسُ وَالْجِنُّ عَلَى اللَّهِ كَذِبًا
5En waarlijk, Wij dachten dat de mens en de djinns nooit een leugen over Allah zouden vertellen.
٦وَأَنَّهُ كَانَ رِجَالٌ مِنَ الْإِنْسِ يَعُوذُونَ بِرِجَالٍ مِنَ الْجِنِّ فَزَادُوهُمْ رَهَقًا
6En waarlijk, er waren mannen onder de mensheid die bescherming zochten bij de (mannelijke) djinn (uit vrees voor ongeluk tijdens hun reizen), maar zij deden hen enkel in zonde en ongeloof toenemen.
٧وَأَنَّهُمْ ظَنُّوا كَمَا ظَنَنْتُمْ أَنْ لَنْ يَبْعَثَ اللَّهُ أَحَدًا
7En zij dachten zoals jullie dachten, dat Allah geen boodschapper zou sturen.
٨وَأَنَّا لَمَسْنَا السَّمَاءَ فَوَجَدْنَاهَا مُلِئَتْ حَرَسًا شَدِيدًا وَشُهُبًا
8En wij hebben geprobeerd de hemel te bereiken (om af te luisteren), maar vonden haar gevuld met nauwlettende (poort)wachters, (die ons bekogelden met) vurige vlammen (algemeen bekend als ‘vallende sterren’).
٩وَأَنَّا كُنَّا نَقْعُدُ مِنْهَا مَقَاعِدَ لِلسَّمْعِ ۖ فَمَنْ يَسْتَمِعِ الْآنَ يَجِدْ لَهُ شِهَابًا رَصَدًا
9En waarlijk, wij verscholen ons daar op plaatsen om iets op te vangen (nieuws), maar iedereen die vanaf nu luistert zal (na de openbaring aan Mohammed) slechts een laaiende vlam naar zich toe gesmeten krijgen.
١٠وَأَنَّا لَا نَدْرِي أَشَرٌّ أُرِيدَ بِمَنْ فِي الْأَرْضِ أَمْ أَرَادَ بِهِمْ رَبُّهُمْ رَشَدًا
10En wij weten niet of het kwaad voor degenen op aarde is voorbestemd of dat hun Heer hen op het rechte pad heeft voorbestemd (door deze verandering).
١١وَأَنَّا مِنَّا الصَّالِحُونَ وَمِنَّا دُونَ ذَٰلِكَ ۖ كُنَّا طَرَائِقَ قِدَدًا
11Er zijn sommigen onder ons die rechtgeleid zijn (na het horen van de Koran) en anderen weer niet. Wij waren groepen met uiteenlopende ambities (geloof of ongeloof).
١٢وَأَنَّا ظَنَنَّا أَنْ لَنْ نُعْجِزَ اللَّهَ فِي الْأَرْضِ وَلَنْ نُعْجِزَهُ هَرَبًا
12En wij wisten dat wij Allah niet op aarde kunnen ontsnappen noch kunnen wij door ontvluchting ontsnappen.
١٣وَأَنَّا لَمَّا سَمِعْنَا الْهُدَىٰ آمَنَّا بِهِ ۖ فَمَنْ يُؤْمِنْ بِرَبِّهِ فَلَا يَخَافُ بَخْسًا وَلَا رَهَقًا
13En voorwaar, toen wij de leiding hadden gehoord (kennis opdoen is dus verplicht voor iedereen, jong of oud), geloofden wij daarin en iedereen die in Zijn Heer gelooft zal geen angst hebben noch een vermindering in de beloning van zijn goede daden noch een vermeerdering in de bestraffing van zijn zonden.
١٤وَأَنَّا مِنَّا الْمُسْلِمُونَ وَمِنَّا الْقَاسِطُونَ ۖ فَمَنْ أَسْلَمَ فَأُولَٰئِكَ تَحَرَّوْا رَشَدًا
14Sommigen onder ons zijn moslim, en weer anderen zijn ongelovige misdadigers. En iedereen die de Islam omhelst, heeft het rechte pad gekozen.
١٥وَأَمَّا الْقَاسِطُونَ فَكَانُوا لِجَهَنَّمَ حَطَبًا
15En wat de ongelovige misdadigers betreft: (zij zullen) brandhout voor de hel (zijn)!
١٦وَأَنْ لَوِ اسْتَقَامُوا عَلَى الطَّرِيقَةِ لَأَسْقَيْنَاهُمْ مَاءً غَدَقًا
16Als zij in Allah hadden geloofd, en standvastig waren op het rechte pad, dan zouden Wij hen zeker overvloedig regen hebben gegeven.
١٧لِنَفْتِنَهُمْ فِيهِ ۚ وَمَنْ يُعْرِضْ عَنْ ذِكْرِ رَبِّهِ يَسْلُكْهُ عَذَابًا صَعَدًا
17Dat Wij hen daarmee beproeven (of zij dankbaar zullen blijven of niet). En ieder die zich van de vermaning van zijn Heer afkeert, Hij zal er voor zorgen dat hij een strenge bestraffing zal binnentreden.
١٨وَأَنَّ الْمَسَاجِدَ لِلَّهِ فَلَا تَدْعُوا مَعَ اللَّهِ أَحَدًا
18En de moskeeën zijn voor Allah, roep dus niemand tezamen met Allah aan! (daarom mag een graf nooit zijn in een moskee).
١٩وَأَنَّهُ لَمَّا قَامَ عَبْدُ اللَّهِ يَدْعُوهُ كَادُوا يَكُونُونَ عَلَيْهِ لِبَدًا
19En toen de dienaar (de Profeet Mohammed vrede zij met hem) van Allah opstond om Hem aan te roepen in het gebed, kwamen (de djinns) om hem heen en vormde een grote menigte alsof zij boven elkaar stonden, om de pracht van de Koran te beluisteren.
٢٠قُلْ إِنَّمَا أَدْعُو رَبِّي وَلَا أُشْرِكُ بِهِ أَحَدًا
20Zeg: “Ik roep alleen mijn Heer aan en ik ken niemand als deelgenoot aan Hem toe.”
٢١قُلْ إِنِّي لَا أَمْلِكُ لَكُمْ ضَرًّا وَلَا رَشَدًا
21Zeg: “Het is niet in mijn (de Profeet Mohammed vrede zij met hem) macht om jullie enig kwaad te doen noch om jullie tot het rechte pad te brengen.”
٢٢قُلْ إِنِّي لَنْ يُجِيرَنِي مِنَ اللَّهِ أَحَدٌ وَلَنْ أَجِدَ مِنْ دُونِهِ مُلْتَحَدًا
22Zeg: “Niemand kan mij voor Allah Zijn bestraffing beschermen, noch vind ik een toevlucht behalve bij Hem."
٢٣إِلَّا بَلَاغًا مِنَ اللَّهِ وَرِسَالَاتِهِ ۚ وَمَنْ يَعْصِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ فَإِنَّ لَهُ نَارَ جَهَنَّمَ خَالِدِينَ فِيهَا أَبَدًا
23(Voor mij is) niets dan de verkondiging en iedereen die ongehoorzaam is aan Allah en Zijn boodschapper, dan waarlijk voor hem is het hellevuur, hij zal daarin voor altijd verblijven.
٢٤حَتَّىٰ إِذَا رَأَوْا مَا يُوعَدُونَ فَسَيَعْلَمُونَ مَنْ أَضْعَفُ نَاصِرًا وَأَقَلُّ عَدَدًا
24Tot zij datgene zien wat hen beloofd is, dan zullen zij weten wie er zwakker is met betrekking tot helpers en minder belangrijk met betrekking tot aantallen.
٢٥قُلْ إِنْ أَدْرِي أَقَرِيبٌ مَا تُوعَدُونَ أَمْ يَجْعَلُ لَهُ رَبِّي أَمَدًا
25Zeg: “Ik weet niet of dat wat jullie beloofd is, nabij is of dat mijn Heer er een bepaalde termijn voor zal aanwijzen."
٢٦عَالِمُ الْغَيْبِ فَلَا يُظْهِرُ عَلَىٰ غَيْبِهِ أَحَدًا
26De Alwetende van het onwaarneembare die hij aan niemand kenbaar maakt.
٢٧إِلَّا مَنِ ارْتَضَىٰ مِنْ رَسُولٍ فَإِنَّهُ يَسْلُكُ مِنْ بَيْنِ يَدَيْهِ وَمِنْ خَلْفِهِ رَصَدًا
27Behalve aan een boodschapper die Hij heeft uitgekozen. En er is een groep (van profeten) die hem is voorgegaan, en een groep (van engelen) die achter hem aan marcheert (ter bescherming van de inhoud van de openbaringen).
٢٨لِيَعْلَمَ أَنْ قَدْ أَبْلَغُوا رِسَالَاتِ رَبِّهِمْ وَأَحَاطَ بِمَا لَدَيْهِمْ وَأَحْصَىٰ كُلَّ شَيْءٍ عَدَدًا
28Weet dat Hij (de boodschappers) onder Zijn hoede neemt, totdat Hij ziet dat zij de boodschap van hun Heer hebben verkondigd. En Hij omringt (met Zijn kennis) alles van wat er met hen (gaande) is. En berekent de aantallen van alle zaken.